Toen ik vanmorgen de gordijnen open deed was het al bijna geen verrassing meer om weer sneeuw te zien. De kinderen beginnen er zo langzamerhand ook gewend aan te raken zodat hun reactie, in plaats van aan hysterie grenzend enthousiasme bij de eerste keer, nu verworden is tot een lauw “Ah weer sneeuw”. Het grappige van die witte wereld is altijd dat alles er zo schoon uitziet. Alsof er ergens boven een ‘reset knopje’ is ingedrukt en de wereld weer opnieuw ingekleurd kan worden. Het zet je wel aan het denken dat wij juist in deze winter zoveel wit hebben.
Want de zaak opnieuw moeten inkleuren geldt zeker voor wat er in Leiden de komende jaren allemaal anders gedaan en rechtgezet moet worden. Toen ik vanmorgen het Leidsch Dagblad opensloeg, op de Leiden- en omgevingsectie, viel mijn oog eerst op het aardige nieuws dat Leiden 11,5 miljoen van het Rijk krijgt voor wijkverbetering. Een mooi lijkend verhaal waar vooral de gebouwen in Leiden bijzonder enthousiast van zullen worden. Een klein berichtje dat Lise-Lotte, medekandidaat raadslid voor D66, aan Gerda van der Berg een braille pamflet gaat uitreiken om duidelijk te maken waar blinden en slechtzienden dagelijks mee te maken krijgen, spreekt mij veel meer aan en maakte de stemming bij mij aan de ontbijttafel positief. Toen draaide ik de krant om en struikelde ik weer over een stuk waarin het weer opvallend duidelijk gemaakt wordt wat er hier in Leiden mis is. Hè bah, toch weer iets om me aan te ergeren.
“Wie knapt het veldje op?, kopte de titel. Daaronder een treurige foto van een drassig, kaalgeslagen voetbalveldje. In het artikel vertelt de directeur Henk Frenken van de Jenaplanschool de Dukdalf dat het veldje bijna niet te gebruiken en een “grote modderige boel” is. Het veldje dat naast de school ligt, is van de gemeente en moet nodig onderhouden worden. De directeur moet regelmatig kinderen van het veldje sturen omdat er anders gevaarlijke situaties ontstaan. Wie de foto bekijkt, kan inderdaad beamen dat voetballen op zo’n veldje onmogelijk is.
Na deze toch vrij duidelijke introductie begint een ouderwets Leids verhaal. Om aan deze situatie iets te doen, nam Dhr Frenken twee jaar geleden contact op met de gemeente. De gemeente reageerde daarop door een offerte aan te vragen voor een onderhoudsbeurt. De kosten voor het ophogen van het veld en het leggen van kunstgras kwam toen uit op 35000 euro. Er werden nog wel twee nieuwe doeltjes geplaatst maar daarna werd het stil. Na maanden wachten, nam hij zelf maar weer contact met de gemeente op om toen te horen te krijgen dat de hele zaak was afgehandeld.
Het werd nog interessanter toen wethouder Steegh toegaf het hele geval gewoon vergeten te zijn. Hij zou nog verder zoeken naar geld maar dat was er niet. Als klap op de vuurpijl, weer veel later, verklaarde de gemeente geen geld te willen geven omdat dat dit anders er toe zou leiden dat er meer scholen en andere instellingen bij de gemeente zouden aankloppen voor het opknappen van speelvelden.
De schooldirecteur, vanzelfsprekend teleurgesteld, vindt dit hele voorval tekenend voor de houding van de gemeente. Wel de mond vol over sport en speelbeleid maar in de praktijk stelt de gemeente gewoon andere prioriteiten. Op nadere vragen van de krant was de gemeente zelfs niet eens bereid te reageren.
In dit kleine verhaaltje zitten nu juist die ingrediënten waarom gewone Leidenaren op drie maart hun stem luid zullen laten horen. Allereerst de langdurige procedure. Telkens weer is het Dhr Frenken zelf die uiteindelijk maar weer eens contact opneemt met de gemeente om dan daarna weer maanden te moeten wachten. Uiteindelijk, na het zoveelste belletje, deelt de gemeente mee dat het een afgeronde zaak is. Nog veel later moet hij uit de mond van de wethouder nota bene vernemen dat hij de hele zaak “vergeten” is. Als laatste deelt de gemeente botweg mee dat er aan opknappen niet begonnen kan worden. Dat zou alleen maar leiden tot andere scholen en instellingen die bij de gemeente gaan aankloppen voor het broodnodige onderhoud. Vooral bij dat laatste verslikte ik mij bijna in mijn koffie. Blijkbaar is de prioriteit niet het onderhoud van de op de gemeentegrond liggende speel- en sportvelden maar het zoveel mogelijk afhouden van dergelijke aanvragen om financiële redenen. Dat dit dan tot onspeelbare en gevaarlijke situaties leidt, moet blijkbaar op de koop toe worden genomen.
Dhr Frenken geeft het in ieder geval, zelfs na al die jaren, nog niet op. Hij wacht de verkiezingen af en hoopt dat een ander college en andere raadsleden hier anders tegenaan zullen kijken. Ik kijk naar die witte wereld buiten mijn raam en ben het met deze schooldirecteur meer dan eens. D66 heeft in het programma in ieder geval staan dat er meer geld voor buitenruimtes moet komen, zowel voor openbare ruimtes als voor schoolpleinen. En dat eventueel aan scholen de mogelijkheid moet worden geboden om deel te nemen aan hetzelfde voucher systeem dat nu al aan buurten de mogelijkheid geeft tot het inrichten van buitenruimtes. Ja, vanaf 3 maart is er echt een kans op iets heel anders in de stad, daar heeft de directeur gelijk in. En daarna moeten wij dan dit college maar zo snel mogelijk vergeten.
Want de zaak opnieuw moeten inkleuren geldt zeker voor wat er in Leiden de komende jaren allemaal anders gedaan en rechtgezet moet worden. Toen ik vanmorgen het Leidsch Dagblad opensloeg, op de Leiden- en omgevingsectie, viel mijn oog eerst op het aardige nieuws dat Leiden 11,5 miljoen van het Rijk krijgt voor wijkverbetering. Een mooi lijkend verhaal waar vooral de gebouwen in Leiden bijzonder enthousiast van zullen worden. Een klein berichtje dat Lise-Lotte, medekandidaat raadslid voor D66, aan Gerda van der Berg een braille pamflet gaat uitreiken om duidelijk te maken waar blinden en slechtzienden dagelijks mee te maken krijgen, spreekt mij veel meer aan en maakte de stemming bij mij aan de ontbijttafel positief. Toen draaide ik de krant om en struikelde ik weer over een stuk waarin het weer opvallend duidelijk gemaakt wordt wat er hier in Leiden mis is. Hè bah, toch weer iets om me aan te ergeren.
“Wie knapt het veldje op?, kopte de titel. Daaronder een treurige foto van een drassig, kaalgeslagen voetbalveldje. In het artikel vertelt de directeur Henk Frenken van de Jenaplanschool de Dukdalf dat het veldje bijna niet te gebruiken en een “grote modderige boel” is. Het veldje dat naast de school ligt, is van de gemeente en moet nodig onderhouden worden. De directeur moet regelmatig kinderen van het veldje sturen omdat er anders gevaarlijke situaties ontstaan. Wie de foto bekijkt, kan inderdaad beamen dat voetballen op zo’n veldje onmogelijk is.
Na deze toch vrij duidelijke introductie begint een ouderwets Leids verhaal. Om aan deze situatie iets te doen, nam Dhr Frenken twee jaar geleden contact op met de gemeente. De gemeente reageerde daarop door een offerte aan te vragen voor een onderhoudsbeurt. De kosten voor het ophogen van het veld en het leggen van kunstgras kwam toen uit op 35000 euro. Er werden nog wel twee nieuwe doeltjes geplaatst maar daarna werd het stil. Na maanden wachten, nam hij zelf maar weer contact met de gemeente op om toen te horen te krijgen dat de hele zaak was afgehandeld.
Het werd nog interessanter toen wethouder Steegh toegaf het hele geval gewoon vergeten te zijn. Hij zou nog verder zoeken naar geld maar dat was er niet. Als klap op de vuurpijl, weer veel later, verklaarde de gemeente geen geld te willen geven omdat dat dit anders er toe zou leiden dat er meer scholen en andere instellingen bij de gemeente zouden aankloppen voor het opknappen van speelvelden.
De schooldirecteur, vanzelfsprekend teleurgesteld, vindt dit hele voorval tekenend voor de houding van de gemeente. Wel de mond vol over sport en speelbeleid maar in de praktijk stelt de gemeente gewoon andere prioriteiten. Op nadere vragen van de krant was de gemeente zelfs niet eens bereid te reageren.
In dit kleine verhaaltje zitten nu juist die ingrediënten waarom gewone Leidenaren op drie maart hun stem luid zullen laten horen. Allereerst de langdurige procedure. Telkens weer is het Dhr Frenken zelf die uiteindelijk maar weer eens contact opneemt met de gemeente om dan daarna weer maanden te moeten wachten. Uiteindelijk, na het zoveelste belletje, deelt de gemeente mee dat het een afgeronde zaak is. Nog veel later moet hij uit de mond van de wethouder nota bene vernemen dat hij de hele zaak “vergeten” is. Als laatste deelt de gemeente botweg mee dat er aan opknappen niet begonnen kan worden. Dat zou alleen maar leiden tot andere scholen en instellingen die bij de gemeente gaan aankloppen voor het broodnodige onderhoud. Vooral bij dat laatste verslikte ik mij bijna in mijn koffie. Blijkbaar is de prioriteit niet het onderhoud van de op de gemeentegrond liggende speel- en sportvelden maar het zoveel mogelijk afhouden van dergelijke aanvragen om financiële redenen. Dat dit dan tot onspeelbare en gevaarlijke situaties leidt, moet blijkbaar op de koop toe worden genomen.
Dhr Frenken geeft het in ieder geval, zelfs na al die jaren, nog niet op. Hij wacht de verkiezingen af en hoopt dat een ander college en andere raadsleden hier anders tegenaan zullen kijken. Ik kijk naar die witte wereld buiten mijn raam en ben het met deze schooldirecteur meer dan eens. D66 heeft in het programma in ieder geval staan dat er meer geld voor buitenruimtes moet komen, zowel voor openbare ruimtes als voor schoolpleinen. En dat eventueel aan scholen de mogelijkheid moet worden geboden om deel te nemen aan hetzelfde voucher systeem dat nu al aan buurten de mogelijkheid geeft tot het inrichten van buitenruimtes. Ja, vanaf 3 maart is er echt een kans op iets heel anders in de stad, daar heeft de directeur gelijk in. En daarna moeten wij dan dit college maar zo snel mogelijk vergeten.

on February 10, 2010, 3:10 pm
Reply to this comment